17
augustus
2018
|
15:35
Europe/Amsterdam

Zoutonderzoek: is zout nou schadelijk of niet?

Zout

Nederlanders eten ongeveer 8,5 gram zout per dag, mannen wat meer dan vrouwen. De norm voor onze dagelijkse zoutinname is echter maximaal 6 gram per dag. Hoge zoutconsumptie leidt tot een hogere bloeddruk en hoger risico op hart- en vaatziekten en nierschade. Af en toe duiken er wetenschappelijke publicaties op die stellen dat zout helemaal niet zo slecht is voor de gezondheid. En dat de norm voor zout best omhoog kan. Wat moeten we nu geloven?

De Hartstichting heeft deze studies grondig bestudeerd en komt tot de volgende conclusies: de meetmethode is niet betrouwbaar. Bovendien is de groep mensen die onderzocht is niet representatief voor de Nederlandse bevolking. Bijvoorbeeld vanwege hun leefomstandigheden of hun voedingsgewoonten. Het is niet verstandig om de norm voor zoutinname op basis van deze studies aan te passen.

PURE-studie
De PURE-studie is een van de onderzoeken die 'aan zou tonen' dat zout helemaal niet zo schadelijk is voor de gezondheid. Deze studie kreeg veel aandacht in de media. Het onderzoek is gebaseerd op urinemonsters die mensen op één moment van de dag moesten verzamelen, nuchter in de loop van de ochtend.

24-uurs meting
Er zijn verschillende meetmethoden voor het vaststellen van de zoutinname. Je kunt bijvoorbeeld gedurende 24 uur al iemands urine verzamelen (de 24-uursmeting), op meerdere dagen 24-uursmetingen doen of een urinemonster nemen. Omdat je zoutinname varieert van dag tot dag, is de gouden standaard het uitvoeren van 24-uursmetingen op meerdere dagen. Het meten van zout in één urinemonster is onbetrouwbaar.

Fictieve 24-uurs meting
De metingen verricht met één urinemonster worden onder meer beïnvloed door vochtinname, tijdstip op de dag, lichaamsbouw, tijdstip van de laatst genuttigde maaltijd en hoeveel zout er in die maaltijd zat. Deze metingen zijn minder constant dan 24-uurs-metingen en dus minder betrouwbaar. Onderzoekers rekenen de zouthoeveelheid in een monster urine om naar een fictieve 24-uurs meting met behulp van een formule (de zogeheten Kawasaki-formule). Uit recent onderzoek blijkt dat met deze meetmethode de zoutinname met zo’n 3 gram per dag wordt overschat. Het lijkt dus of je bij 9 gram zout op een gezonde hoeveelheid zit. Terwijl dit dus feitelijk 3 gram lager, bij 6 gram, is. Als we op basis van deze gegevens de zoutnorm zouden verhogen is dit zeer onverstandig.

Onderzoekspopulatie niet representatief voor gezonde Nederlanders
De PURE-studie is uitgevoerd met data van zeer veel mensen van over de hele wereld. En eet- en leefgewoonten (ook: hygiëne) verschillen enorm per cultuur, net als de zoutinname. Het is maar de vraag of resultaten die bijvoorbeeld in China zijn gevonden, van toepassing zijn op ons in Nederland. Als je weinig te eten hebt, krijg je ook weinig zout binnen. En je kunt ook op grond van andere redenen een hoog risico op hart- en vaatziekten hebben, bijvoorbeeld omdat de medische zorg in zo’n land niet goed is.

In sommige onderzoeken worden ook mensen opgenomen die om bijzondere redenen weinig zout eten. Bijvoorbeeld omdat zij een hoge bloeddruk hebben en op doktersadvies minder zout eten en bloeddrukverlagende medicatie gebruiken. Of kwetsbare ouderen, die geen trek hebben in eten. Zij komen in 'de laag zout groep' terecht, maar hebben dus om andere redenen een hoger risico op hart- en vaatziekten.

Meer zout, meer sterfte!
Wanneer meerdere 24-uurs urinemetingen worden gedaan, vertoont zoutinname een direct lineair verband met sterfte. Dus: hoe meer zout mensen eten, hoe hoger hun risico op sterfte is. Mensen die meer zout binnenkrijgen, hebben een hogere bloeddruk. Dit kan leiden tot (verergering van) nierschade en (sterfte door) hart- en vaatziekten. Iedere 5 gram zout per dag extra wordt in verband gebracht met een 14% hoger risico op hart- en vaatziekten en 23% hoger risico op een beroerte.

Ineke van Dis, beleidsadviseur bij de Hartstichting: “Als we dagelijks 3 gram zout minder zouden eten, daalt de bloeddruk met zo’n 2 mmHg. Hierdoor kunnen jaarlijks in Nederland 1.500 sterfgevallen en 6.000 nieuwe gevallen van hart- of vaatziekten (hartinfarct, hartfalen en beroerte) voorkomen worden.”

Zo’n 80% van de zoutinname is afkomstig van industrieel bewerkte levensmiddelen, zo’n 20% wordt bij de bereiding en aan tafel door de consument toegevoegd. Belangrijke bronnen van zout zijn brood, vleesproducten, kaas, gevolgd door hartige sauzen, soepen, koek en snacks.