11
februari
2019
|
06:00
Europe/Amsterdam

Steeds meer mensen overleven hart- of vaatziekte

Hartstichting: ‘Toename aantal patiënten te voorkomen’

De kans dat je een hartstilstand, hartinfarct of beroerte overleeft is de afgelopen jaren verder gestegen. Mensen overlijden op steeds latere leeftijd aan de gevolgen van hart- of vaataandoeningen. Tegelijkertijd neemt het aantal mensen met een chronische hart- of vaatziekte toe. De verwachting is dat Nederland in 2030 zo’n 1,9 miljoen hart- of vaatpatiënten telt. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Hart- en vaatziekten in Nederland’ van de Hartstichting. Volgens de Hartstichting is de toename van het aantal patiënten deels te voorkomen als mensen met een verhoogd risico op hart- of vaataandoeningen eerder worden opgespoord.

In 2017 overleden ruim 38.000 Nederlanders aan de gevolgen van hart- en vaatziekten, circa 20.000 vrouwen en 18.000 mannen. Vrouwen overlijden vaker dan mannen aan een beroerte en hartfalen, terwijl mannen vaker overlijden aan een acuut hartinfarct. Het sterftecijfer is sinds 1980 voor mannen met 70% gedaald, voor vrouwen met 61%.

Zorg sterk verbeterd
Volgens Floris Italianer, directeur van de Hartstichting, is de acute zorg voor hart- en vaatpatiënten de afgelopen decennia sterk verbeterd. “Overleed vijftig jaar geleden één op de twee Nederlanders aan een hart- of vaatziekte, nu is dat één op de vier. Artsen hebben de beschikking over steeds betere medische technieken, zoals katheterbehandelingen voor het openen van afgesloten bloedvaten bij een herseninfarct en steeds betere steunharten voor hartfalen. Er is meer aandacht voor gezond eten, bewegen en stoppen met roken. Daarnaast is er sneller hulp, bijvoorbeeld als iemand op straat wordt getroffen door een hartstilstand. Steeds meer mensen kunnen reanimeren en een AED inzetten.”

Groei aantal patiënten
De keerzijde is dat er veel hart- en vaatpatiënten bijkomen. Op dit moment telt Nederland bijna 1,4 miljoen mensen met een chronische hart- of vaatziekte, circa 725.000 mannen en 675.000 vrouwen. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren met 500.000 groeit naar ongeveer 1,9 miljoen in 2030. Dat betekent dat één op de zeven volwassen Nederlanders dan hart- of vaatpatiënt is. De huidige zorgkosten (11,6 miljard euro in 2015) zullen daarmee verder stijgen.

Italianer: “Deze ontwikkeling heeft een grote impact op onze maatschappij. Niet alleen voor patiënten die langdurig ziek zijn en soms een beperkte kwaliteit van leven hebben, maar ook voor hun naasten. Het goede nieuws is dat deze trend te keren is en mensen langer met een gezond hart kunnen leven. Daarvoor is het wél noodzakelijk dat wij mensen met een verhoogd risico - en dat zijn er nogal wat - eerder opsporen. Zo kunnen zij op tijd behandeld worden en wordt erger voorkomen. Het is belangrijk dat Nederland zich integraal inzet en wij er samen voor zorgen dat oplossingen sneller beschikbaar komen.”

Oplossing: bloeddruk, cholesterol en bmi meten
Enerzijds gaat het daarbij om betere diagnostiek en medische behandelingen voor veel voorkomende aandoeningen, zodat ziekte of herhaling wordt voorkomen. Anderzijds om ‘snelle hulp’ bij acute hartinfarcten, beroertes en hartstilstanden.

Volgens de Hartstichting kunnen Nederlanders zelf veel doen om hun hart zo lang mogelijk gezond te houden. Belangrijk is dat zij hun eigen risico op een hart- of vaataandoening (o.a. als gevolg van een hoge bloeddruk of hoog cholesterol) zo klein mogelijk te houden. Als de helft van de Nederlanders een gezondere bloeddruk zou hebben, kan dat in 2030 bijna 100.000 hart- en vaatpatiënten ‘besparen’.

“Mensen vinden een gezond hart heel vanzelfsprekend. Toch hebben zo’n 3 miljoen Nederlanders een te hoge bloeddruk of te hoog cholesterol, soms zonder dat ze zich daar bewust van zijn. Een verhoogde bloeddruk geeft meestal geen klachten, maar kan ongemerkt wel schade aan bloedvaten, hart en hersenen veroorzaken. Als deze mensen hun bloeddruk op het juiste niveau brengen, kan dat écht bepalend zijn voor de kwaliteit van hun leven. Daarom roepen wij volwassenen vanaf 40 jaar ook op om hun waarden in de gaten te houden en regelmatig hun bloeddruk te meten.”

Bron: Hart- en vaatziekten in Nederland, uitgaven van de Hartstichting