04
november
2016
|
01:00
Europe/Amsterdam

Risico op hartklachten na aangeboren hartafwijking in bloed te meten

Samenvatting

Met een bloedtest kunnen cardiologen het risico op hartklachten beter voorspellen bij volwassenen met een aangeboren hartafwijking. Ze weten daardoor beter welke patiënt snel medicijnen of een nieuwe ingreep nodig heeft, en wie ze kunnen geruststellen. Dat ontdekte Vivan Baggen van het Erasmus MC met een beurs van de Hartstichting. Haar resultaten zijn vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Circulation.

Baggen onderzocht het bloed van honderden volwassenen met een aangeboren hartafwijking, en concludeert dat bepaalde eiwitten kunnen vertellen of iemand een hoog of laag risico loopt op hartklachten. “Met een bloedtest kun je kleine veranderingen in het hart meten, die je niet ziet met de gebruikelijke tests, zoals een hartfilmpje (ECG) en een echo van het hart,” licht ze toe.

Steeds meer volwassen patiënten

Het opsporen van complicaties van aangeboren hartafwijkingen wordt steeds belangrijker, want het aantal volwassen patiënten stijgt. Dat komt door de betere operaties op kinderleeftijd: tot de jaren zestig van de vorige eeuw overleden de meeste baby’s met een hartafwijking. Tegenwoordig worden de meeste patiënten volwassen: er zijn in Nederland naar schatting meer dan 35.000 volwassen die als kind zijn geopereerd aan hun hart.

Vroeger dacht men dat het hart na een hersteloperatie ook echt genezen was, maar dat blijkt niet te kloppen. Veel mensen krijgen jaren later toch hartklachten, zoals  verminderde pompkracht van het hart (hartfalen) of ritmestoornissen. Maar wie welke klachten krijgt, is lastig te voorspellen. 

600 patiënten onderzocht

Baggen onderzocht daarom het bloed van bijna 600 mannen en vrouwen tussen 18 en 75 jaar met een aangeboren hartaandoening, zoals een vernauwing van de lichaamsslagader uit het hart.

Ze testte de hoeveelheden van drie eiwitten, die kunnen aangeven of de hartspier bijvoorbeeld overbelast of beschadigd is (NT-proBNP, troponine-T en GDF-15). Drie jaar lang hield ze bij welke patiënten overleden, hartfalen ontwikkelden, een ritmestoornis kregen of een nieuwe operatie nodig hadden.

Eiwitten voorspellen klachten

Baggen zag dat patiënten met weinig van één van de eiwitten (NT-proBNP) bijna nooit overleden of hartfalen kregen. Artsen kunnen die patiënten dus geruststellen: zij hoeven minder vaak terug naar de cardioloog voor controle. Baggen: “Dat is erg fijn voor deze patiënten, en het vermindert ook de kosten.”

Bloedtest

Ook de patiënten met het hoogste risico op hartziekten kun je er uitpikken met een bloedtest, ontdekte Baggen. Dat zijn de mensen met veel van alle drie de eiwitten in hun bloed. Cardiologen moeten deze patiënten dus juist extra goed in de gaten houden: zij hebben mogelijk baat bij medicijnen of een nieuwe operatie.

De onderzoekers willen nu verder uitzoeken of patiënten dankzij de bloedtest inderdaad beter worden behandeld, waardoor ze minder vaak hartklachten krijgen. Baggen: “Als dat zo is, dan is een bloedtest dus een zinvolle aanvulling op de één- of tweejaarlijkse controle van volwassenen met een aangeboren hartafwijking.”

Meer informatie