27
augustus
2015
|
02:00
Europe/Amsterdam

Nieuwe MRI-techniek spoort bindweefsel in het hart beter op

Samenvatting

Een nieuwe MRI-techniek zonder contrastmiddel kan bindweefsel in het hart opsporen. Dit ontdekte Sanne de Jong, die op 27 augustus 2015 promoveert op onderzoek dat de Hartstichting heeft gesteund. Het onderzoek kan de diagnose en behandeling van hartziekten in de toekomst verbeteren.

Bij veel hartziekten ontstaat er bindweefsel in het hart. Dit kan op een bepaalde plek zijn in het hart, bijvoorbeeld na een hartinfarct, maar ook verspreid over het hart tussen de hartspiercellen.

Bindweefsel opsporen

Bindweefsel maakt het hart stijf, waardoor het niet goed meer kan pompen. Daarnaast kan bindweefsel ook voor hartritmestoornissen zorgen. Voor hartpatiënten is het van belang dat artsen het bindweefsel in het hart zo goed mogelijk in kaart kunnen brengen, zodat zij hun therapie hierop kunnen afstemmen.

Nadelen van huidige technieken

De huidige beschikbare technieken om bindweefsel op te sporen kennen verschillende nadelen. Met een hartbiopsie – een ingreep waarbij artsen een klein hapje uit het hart nemen – kunnen artsen niet beoordelen hoe ziek de rest van het hart is. Bij de andere mogelijkheid, een MRI-techniek die gebruik maakt van contrastmiddel, kan het contrastmiddel schade aanrichten in de nieren. Deze techniek is daarom ongeschikt voor mensen met nierfalen.

Veelbelovende nieuwe techniek

Sanne de Jong ontdekte dat een nieuwe techniek zonder contrastmiddel de aanwezigheid van bindweefsel in het hart kan aantonen. Deze nieuwe techniek kan de diagnose en behandeling van hartziekten in de toekomst verbeteren. Verder onderzoek is nog nodig, voordat artsen deze techniek bij patiënten kunnen toepassen.

Lees meer over onderzoek van de Hartstichting