12
september
2017
|
02:00
Europe/Amsterdam

Hartstichting: zorg voor het vrouwenhart moet beter

Samenvatting

Vrouwen staan nog onvoldoende bewust stil bij klachten die kunnen duiden op hartproblemen. Onderzoek wijst uit dat vrouwen van 35 jaar en ouder vaker dan mannen vage klachten hebben die kúnnen wijzen op een hartinfarct. Toch stappen vrouwen relatief minder snel naar de huisarts. Tegelijkertijd is het voor artsen moeilijk om de juiste diagnose te stellen. Het ontbreekt hen aan specifieke diagnostische middelen voor vrouwen om hart- en vaatziekten vroegtijdig in beeld te krijgen. De Hartstichting start daarom vandaag samen met patiënten en artsen een nieuwe campagne voor het vrouwenhart.

Het doel van de campagne is om aandacht te vragen voor betere diagnostiek, zodat hartaandoeningen bij vrouwen vroegtijdig kunnen worden vastgesteld.

Floris Italianer, directeur van de Hartstichting:

“We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: de cardiovasculaire zorg is nog onvoldoende afgestemd op vrouwen. Terwijl deze ziekten voor vrouwen wél een groot probleem zijn; hart- en vaatziekten vormen één van de belangrijkste doodsoorzaken voor vrouwen. Het is noodzakelijk dat we hartaandoeningen bij vrouwen beter en in een eerder stadium kunnen opsporen. Dat vraagt enerzijds om meer bewustzijn voor (vrouwspecifieke) klachten en risicofactoren. Anderzijds werken wij aan technieken waarmee artsen hartproblemen bij vrouwen eerder kunnen vaststellen. Zodat vrouwen op tijd de beste behandeling kunnen krijgen. Daarmee redden we levens.”

Hartaandoening niet altijd goed zichtbaar

Bepaalde hart- en vaatziekten ontwikkelen zich bij vrouwen anders dan bij mannen en zijn moeilijk te herkennen, ook door artsen. Zo blijkt uit eerder onderzoek dat vrouwen vaker dan mannen aandoeningen aan de kleinste bloedvaten in het hart hebben. Zij voorzien uiteindelijk het overgrote deel (90%) van het hartweefsel van zuurstof.

Volgens Yolande Appelman, interventiecardioloog bij VUMC en auteur van ‘Het Vrouwenhart’, is het urgent dat er meer aandacht en onderzoek komt. “De tot nu toe ontwikkelde technieken en behandelingen zijn vooral gericht op de kransslagaders. Inmiddels weten we dat hartproblemen bij vrouwen zich anders kunnen ontwikkelen. We hebben behoefte aan andere tests en scans om bijvoorbeeld aandoeningen in de kleinste bloedvaten vast te kunnen stellen.”

Klachten bij vrouw: atypisch en vaag

Ook hartklachten kunnen bij vrouwen atypisch en vager zijn dan bij mannen. Volgens Appelman hebben artsen vooral geleerd om de ‘typisch mannelijke’ hartklachten te herkennen. De klachten bij een hartinfarct worden bij de vrouw bijvoorbeeld soms verward met stress of de overgang. Aandoeningen aan de kleinste bloedvaten kunnen tot algemene klachten zoals kortademigheid of vermoeidheid leiden.

Onderzoek door GFK wijst uit dat vrouwen van 35 jaar en ouder vaker dan mannen dit soort klachten hebben (39% versus 32%). Desondanks stappen vrouwen relatief minder snel naar de huisarts (39% versus 28%). Yolande Appelman: “Bij vrouwen met klachten die wel worden doorverwezen naar de cardioloog blijkt dat er in praktijk in circa 60% geen vernauwing in de kransslagaders te vinden is die deze klacht kan verklaren.”

Daarnaast is er nog weinig bewustzijn voor vrouwspecifieke risicofactoren, zoals een ernstig verhoogde bloeddruk of diabetes tijdens de zwangerschap. Mogelijk hebben ‘algemene risicofactoren’ zoals roken en diabetes een veel grotere impact op het ontstaan van hart- en vaatziekten bij vrouwen dan bij mannen.

Onderzoek Hartstichting

De Hartstichting werkt aan de ontwikkeling van diagnostische testen, zodat artsen hartaandoeningen bij vrouwen eerder en beter kunnen vaststellen. Wetenschappers onderzoeken bijvoorbeeld of ziekteprocessen die kunnen leiden tot ernstige hartproblemen eerder op te sporen zijn. Meer kennis van signaalstoffen in het bloed is daarvoor noodzakelijk. De onderzoeken moeten leiden tot bijvoorbeeld bloedtests, betere risicoscores of scans voor huisartsen en cardiologen.

Onderzoeksagenda

Onderzoek naar hart- en vaatziekten bij vrouwen is een van de topprioriteiten van de Hartstichting en onderdeel van de onderzoeksagenda. Deze ‘wensenlijst’ is in 2014 opgesteld samen met wetenschappers, zorgverleners, patiënten, vrijwilligers, donateurs en het Nederlandse publiek.