04
juli
2019
|
10:43
Europe/Amsterdam

Digitale tweeling helpt hart- en vaatziekten voorkomen

De Hartstichting is medefinancier van in totaal vier zogenoemde Big Data-onderzoeken. Deze innovatieve onderzoeken bieden nieuwe kansen om hart- en vaatziekten sneller te herkennen en behandelen. De kracht van Big Data ten opzichte van klassiek wetenschappelijk onderzoek is dat het veel vaker en veel meer informatie oplevert.


Foto: Stephen Dawson

Digitale tweeling

Eén van de vier onderzoeken, MyDigiTwin, wil mensen een digitale tweeling laten bouwen met gegevens die afkomstig zijn van honderdduizenden mensen, door middel van kunstmatige intelligentie. Zo’n digitale tweeling kan mensen in de toekomst helpen om preciezer te weten wat de kans is op hart- en vaatziekten. En kan iemand motiveren om te kiezen voor een gezonde levensstijl.

Floris Italianer, directeur Hartstichting: ‘Het zou prachtig zijn als mensen de signalen van mogelijke hart- en vaatziekten zelf in een vroeg stadium kunnen herkennen. Ze kunnen dan op tijd naar een arts gaan. Het MyDigiTwin-platform kan hieraan een krachtige bijdrage leveren. Ook wordt veel sneller duidelijk wat iemand kan doen om zijn risico te verlagen. Zo kunnen hart- en vaatziekten beter worden voorkomen.’

Het onderzoek staat onder leiding van professor dr. Pim van der Harst van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Professor Van der Harst legt uit: ‘We maken een platform waar mensen een digitale tweeling van zichzelf kunnen bouwen. Ze gebruiken daarvoor hun eigen gezondheidsgegevens én die van mensen die meedoen aan grote, langdurige gezondheidsonderzoeken. Dat kan vrij eenvoudig, via een app op je mobiel. Daarmee krijg je inzicht in de gezondheid van je eigen hart en het effect van veranderingen in leefstijl daarop.’

Privacy

De data in de app van MyDigiTwin zijn niet herleidbaar naar personen. Het platform dat wordt ontwikkeld is een soort knooppunt dat alleen risicoberekeningen uitwisselt.

Samenwerkingsverband

Mijn digitale tweeling, MyDigiTwin.nl, is een groot onderzoeksprogramma. De partijen die erin samenwerken zijn het Universitair Medisch Centrum Groningen, het Universitair Medisch Centrum Utrecht, de Radboud Universiteit en het Erasmus MC en verschillende bedrijven, waaronder Drimpy, Siemens Healthineers en Hartkliniek.

Financiering

De Hartstichting ontwikkelde de kaders voor de Big Data-onderzoeken samen met NWO, ZonMw, de Topsectoren Life Sciences & Health (LSH), en het ministerie van VWS. De Hartstichting draagt 1 miljoen euro bij, in totaal besteden de partijen 6,58 miljoen euro aan de onderzoeken. Daarnaast voorziet het Nederlandse eScience Center ieder project van ondersteuning door eScience Research Engineers. Wetenschap en bedrijven werken samen én stemmen af met burgers, patiënten en zorgprofessionals. Wetenschappers raadplegen burgers ook in de loop van de onderzoeksprojecten.

Andere onderzoeken

De drie andere Big Data-onderzoeken richten zich op stoppen met roken, het identificeren van risicogroepen voor hart- en vaatziekten, en optimale zorg voor hartpatiënten.

Een consortium onder leiding van prof. dr. N.H. Chavannes van het Leiden University Medical Center (LUMC) zal big data gebruiken om een gepersonaliseerde en flexibele virtuele coach te ontwikkelen die mensen ondersteunt bij het stoppen met roken.

Een consortium onder leiding van prof.dr. ir. A.L.A.J. Dekker (Universiteit Maastricht) doet onderzoek naar het identificeren van risicogroepen voor hart- en vaatziekten. Hiervoor gebruiken de onderzoekers bestaande datasets van het Centraal Bureau voor de Statistiek, ziekenhuizen en huisartsen. De groep werkt daarnaast aan een elektronische levensstijlcoach die de therapietrouw bevordert van deze risicogroep.

En tenslotte, een consortium onder leiding van prof. dr. P. Markopoulos (Technische Universiteit Eindhoven) groep verdiept zich in wat kan, wat mag, wat werkt in de zorg voor hartpatiënten. Hoe worden kwetsbare groepen en het zorgpersoneel optimaal betrokken en verbonden? De groep wil een platform ontwikkelen waar patiënten zelf metingen kunnen doorgeven. Hiervoor worden vragenlijsten en digitale sensoren gebruikt.