24
juli
2019
|
12:04
Europe/Amsterdam

Dekkerbeurzen: 3,7 miljoen van Hartstichting naar 10 getalenteerde wetenschappers

De Hartstichting heeft in juli tien zogenoemde Dekkerbeurzen uitgereikt. Getalenteerde wetenschappers krijgen een persoonlijke onderzoeksbeurs voor een gezamenlijk bedrag van 3,7 miljoen euro. Zij doen komende jaren vernieuwend onderzoek naar hart- en vaatziekten. De Hartstichting draagt zo bij aan de volgende generatie topwetenschappers in hart- en vaatonderzoek.

Dekkerbeurzen zijn vernoemd naar dr. E. Dekker, oud-directeur van de Hartstichting. Dekker was in Nederland de initiator van de burgerhulpverlening bij een hartstilstand. Dekkerbeurzen zijn persoonsgebonden beurzen voor talentvolle hart- en vaatonderzoekers in verschillende stadia van hun carrière. Met de beurzen stelt de Hartstichting talentvolle onderzoekers in staat om een volgende stap in hun carrière als onderzoeker te maken. De Dekkerbeurzen helpen hen een eigen onderzoekslijn op te zetten en uit te bouwen.

De beurzen zijn in vier van in totaal zes categorieën uitgereikt, de overige twee categorieën volgen in het najaar. Het gaat nu om de beurzen voor wetenschappelijke onderzoekers, de Postdoc en Senior scientist beurzen, en voor klinische onderzoekers (een combinatie van onderzoek en patiëntenzorg), de Clinical scientist en Senior clinical scientist beurzen. Het is de 33e keer dat de Hartstichting de Dekkerbeurzen uitreikt. De Hartstichting kreeg voor de vier categorieën in totaal 66 aanvragen.

Postdoc-beurzen: eiwit en erfelijkheid

Dr. Stijn Agten van de Universiteit Maastricht bestudeert een eiwit dat verkalking in bloedvaten kan afremmen. Zijn doel is om deze verkalking in een vroeg stadium op te sporen en kalkafzettingen in bloedvaten te voorkomen of terug te dringen.

Dr. Marit Wiersma (Amsterdam UMC, locatie VUmc) onderzoekt hoe bepaalde afwijkingen in genen leiden tot boezemfibrilleren. Deze kennis is nodig om nieuwe testen en behandelingen voor deze hartritmestoornis te kunnen ontwikkelen.

Senior scientist-beurzen: hartspier, hartfalen en molecuultransport

Dr. Miranda Nabben van het Maastricht UMC+ wil ontrafelen welke rol een bepaald eiwit speelt bij het ontstaan van hartfalen door verdikking van de hartspier. Doel is om naar man-vrouw verschillen te kijken en tot nieuwe behandelingen voor deze vorm van hartfalen te komen.

Dr. Jessica van Setten van het UMC Utrecht zoekt naar genen die de hartspierziekte gedilateerde cardiomyopathie veroorzaken. Deze hartziekte, waarbij de hartspier verslapt en wijder wordt, is niet te genezen. Jessica onderzoekt welke functie de genen hebben en welke genen geschikt zijn voor behandeling met medicijnen. Zo hoopt Jessica de behandeling en de overlevingskansen van patiënten te verbeteren.

Dr. Pieter Vader van het UMC Utrecht onderzoekt hoe bepaalde boodschapper moleculen, afkomstig uit ons DNA, beter aan het hart afgeleverd kunnen worden met speciale blaasjes die het lichaam zelf aanmaakt. Deze moleculen kunnen bijdragen aan het herstellen van de schade die een hart oploopt door een hartinfarct. Dat kan de ontwikkeling van hartfalen remmen of voorkomen.

Clinical Scientist-beurs: suikers tegen hartfalen

Dr. Rik Olde Engberink van het Amsterdam UMC onderzoekt of een nieuwe behandeling ervoor kan zorgen dat het lichaam minder water en zout vasthoudt bij patiënten met hartfalen. De verwachting is dat de patiënten minder klachten van hartfalen zullen hebben en dat de ziekte minder ernstig zal verlopen.

Senior Clinical Scientist-beurzen: hart-, slagader- en hersenschade voorkomen; ketonen voor het hart

Dr. Linda van Laake van het UMC Utrecht doet onderzoek naar het voorkomen van hartschade als gevolg van chemotherapie. Het hart heeft een 24-uursritme. Door de chemo-behandeling te geven op een tijdstip dat het hart minder gevoelig is voor schade, kan mogelijk hartschade worden voorkomen. Een andere optie is het ‘verzetten’ van de klok in de hartcellen van de patiënt. Dit kan bijvoorbeeld door lichttherapie, training of voeding.

Dr. Floris Schreuder van het Radboud UMC in Nijmegen onderzoekt of hersenschade die ontstaat ná een hersenbloeding (de zogenoemde secundaire hersenschade, SHS) te verminderen is. SHS ontstaat na een hersenbloeding als gevolg van een ontstekingsreactie. Hierdoor beschadigt omliggend gezond hersenweefsel, wat een negatieve invloed heeft op het herstelproces. Het onderzoek is erop gericht de ontsteking te remmen. Dit kan mogelijk door de bloeduitstorting te verkleinen via een kijkoperatie of door een ontstekingsremmer te gebruiken.

Dr. Kak Khee Yeung van het Amsterdam UMC bestudeert de rol van de gladde spiercel bij verwijdingen van de grote lichaamsslagader (aorta aneurysmata). Deze verwijdingen kunnen plotseling openscheuren en tot de dood leiden. Of een verwijding gaat scheuren is niet goed te voorspellen en er bestaat ook geen medicijn tegen. Het uiteindelijke doel is een niet-chirurgische behandeling of een medicijn om verdere verwijding van de grote lichaamsslagader te stoppen.

Dr. Daan Westenbrink van het UMC Groningen onderzoekt of het toedienen van ketonen patiënten met hartfalen meer energie kan geven. Normaal gebruikt het hart vet en glucose als brandstof, maar bij patiënten met hartfalen kan het hart deze brandstoffen niet meer goed gebruiken en ontstaat een energietekort. Recent onderzoek heeft laten zien dat hartspiercellen van patiënten met hartfalen overschakelen op het gebruik van ketonen, een lichaamseigen krachtige brandstof die topatleten ook gebruiken.